Skip to main content

Ron uit Oldenzaal: samen ouder worden begint met naar elkaar omkijken

Ron ziet zichzelf nog staan in het grote, lege huis waar hij en zijn vrouw woonden. “Een prachtig huis hoor,” zegt hij. “Maar ik dacht wel: Wil ik hier oud worden? En is dit huis voor ons toekomstbestendig?” Daarom ging hij op zoek naar woonvormen die beter zouden passen bij later. Hij kwam in contact met gelijkgestemden, vormde een initiatiefgroep en belandde uiteindelijk bij Stichting Knarrenhof. Die hielp met het oprichten van een hofje in Oldenzaal: “maar wij noemen het liever een Noabershof. Dat past veel beter bij Twente”, vertelt Ron.

Het Noabershof
Inmiddels wonen Ron en zijn vrouw ruim een jaar in het Noabershof: een collectieve woonvorm voor senioren met 22 levensloopbestendige woningen en een eigen hofhuis waar bewoners elkaar ontmoeten. Er worden koffieochtenden, bridgemiddagen, schaakavonden en kookactiviteiten georganiseerd. In het hofhuis gebeurt van alles, maar het is vooral dé plek waar mensen elkaar vinden.

Iedereen draagt naar eigen vermogen bij
De gedachte achter het Noabershof is dat bewoners naar elkaar omkijken, maar niet op de manier van professionele zorg. “We trekken hier niet elkaars steunkousen aan,” zegt Ron nuchter. “Maar als iemand even niet goed ter been is, brengen we een kop soep. Of we ruimen samen de bladeren op. En wie het zware werk niet kan doen, draagt op een andere manier bij. Bijvoorbeeld door koffie en iets lekkers te verzorgen bij het tuinieren. Zo draagt iedereen op zijn eigen manier bij.”

Om hulp vragen én geven
Het Twentse noaberschap is overal voelbaar in het hof.  Ron vindt dat niet alleen mooi, maar ook belangrijk: “Je kunt hier niet komen wonen als je alleen maar hulp wilt ontvangen en niet kunt of wilt bijdragen. Zodra je hier komt wonen, verbind je je aan ons sociaal statuut. Daarin staat heel duidelijk dat je om hulp mag vragen, maar ook bereid moet zijn om hulp te geven. En ik vind het prachtig dat dat hier echt gebeurt. Naar elkaar omkijken is hier gewoon geworden”.

“Kan je in je huidige woning blijven als je straks ouder bent?”
Ron’s vrouw wilde er in het begin trouwens niets van weten, en dat ziet hij ook bij anderen om zich heen: “Heel veel mensen zeggen: ik woon prima, het huis is afbetaald en ik red mezelf nog goed. Dus waarom zou ik verhuizen?

Hij vervolgt: Maar weet je wat het is? Veel mensen stellen zichzelf die vraag pas als het al te laat is. Want op het moment dat je beseft dat je hulp nodig hebt of dat je het zelf niet meer redt, loop je eigenlijk al achter de kar. Dan moet je iets, in plaats van dat je nog kunt kiezen. Dus vraag jezelf nu al af of je in je huidige woning kunt blijven wonen als je straks ouder bent. Praat erover en kijk vooruit.”

“Stel je welzijn boven je welvaart”
Veel mensen twijfelen om te verhuizen naar een toekomstbestendige woning, omdat hun huidige huis is afbetaald. Een begrijpelijke drempel, maar volgens Ron soms een blokkade die in de weg staat van wat het belangrijkste is: je welzijn. “Soms moet je over die drempel stappen. Niet omdat het makkelijk is, maar omdat het op de lange termijn beter voor jezelf is.”

“Je instelling is het belangrijkste”
Ron hoopt dat woningcorporaties in de toekomst willen meewerken aan het opzetten van een Knarrenhof, zodat er naast koopwoningen ook huurwoningen komen. “Dat gebeurt in andere gemeenten al, maar in Oldenzaal blijkt het lastig. En dat is jammer, want nu kunnen mensen die aangewezen zijn op huur, niet in een Knarrenhof wonen. Terwijl je instelling het belangrijkste is: of je wilt bijdragen aan de gemeenschap. Dát bepaalt of je hier past, niet je financiële plaatje.”

Ron weet in ieder geval zeker dat hij op tijd de juiste keuze heeft gemaakt: “Als ik voor mezelf spreek, woon ik hier tot het echt niet meer mogelijk is. Ik wil hier blijven totdat ik tussen zes plankjes weg moet. Klinkt cru, maar ja … zo is het gewoon”, zegt hij met een lach.

Bekijk alle interviews